Hoofdtekst
Die .CXXXVIII. cluchte.
Op eenen tijt warender sommige op die zee in groot perijckel, also dat yeghelijck seer vervaert was ende duchten dat si onder gaen souden. Ende in 't schip was een avontuerder, die trock sinen knapsack uut ende nam kase ende ghesouten vleesch daer uut ende adt veel souts daer toe. Dye luyden seyden tot hem: 'Wat meynt ghi daermede dat ghy soe veel souts eedt? Ende hoort toch dat wi alle schier van ancxt moort roepen? Wy meynen dat ghi niet seer wijs en syt.' Die aventuerder antworden: 'Ick meyne dat gi niet wijs en syt. Ick moet huyden veel drincken, daerom moet ick wat gesoutens eten, dat ick te beter verdragen mach.'
Op eenen tijt warender sommige op die zee in groot perijckel, also dat yeghelijck seer vervaert was ende duchten dat si onder gaen souden. Ende in 't schip was een avontuerder, die trock sinen knapsack uut ende nam kase ende ghesouten vleesch daer uut ende adt veel souts daer toe. Dye luyden seyden tot hem: 'Wat meynt ghi daermede dat ghy soe veel souts eedt? Ende hoort toch dat wi alle schier van ancxt moort roepen? Wy meynen dat ghi niet seer wijs en syt.' Die aventuerder antworden: 'Ick meyne dat gi niet wijs en syt. Ick moet huyden veel drincken, daerom moet ick wat gesoutens eten, dat ick te beter verdragen mach.'
Beschrijving
Een schip was in groot gevaar op zee en iedereen schreeuwde moord en brand, omdat ze bang waren dat het schip zou vergaan. Er was ook een avonturier aan boord, die een heleboel zout begon te eten. De anderen dachten dat hij niet goed wijs was en vroegen hem waarom hij dat deed. De avonturier antwoordde dat hij veel moest drinken, en dus van te voren moest zorgen dat hij het beter verdragen kon.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 235
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22