Hoofdtekst
Die .CLII. cluchte.
Een keyser soude eens eenen slach met sinen vyanden doen. Ende eenen ridder ontliep syn peerdt, dat hi te verre onder sine vyanden quam, also dat hi gevangen werdt. Daerna ghevielen woorden van desen ridder ende seyden sommige die hem niet gonstich en waren, dat hi metten vyanden eens ware, het waeren alleen gemaect spel. Men vraechde den keyser wat hi daertoe seyde. Die keyser antwoorde ende vraechde hoe hi hem voormaels ghehouden hadde, oft men oyt sulcx van hem gehoort hadde. Doen seyden die andere: 'Neen, hi heeft hem altijt ridderlijck, vroemlijck ende eerlijc ghedragen.' Doen seyde die keyser: 'so en sal men hem ooc nu niet anders toe betrouwen.'
Een keyser soude eens eenen slach met sinen vyanden doen. Ende eenen ridder ontliep syn peerdt, dat hi te verre onder sine vyanden quam, also dat hi gevangen werdt. Daerna ghevielen woorden van desen ridder ende seyden sommige die hem niet gonstich en waren, dat hi metten vyanden eens ware, het waeren alleen gemaect spel. Men vraechde den keyser wat hi daertoe seyde. Die keyser antwoorde ende vraechde hoe hi hem voormaels ghehouden hadde, oft men oyt sulcx van hem gehoort hadde. Doen seyden die andere: 'Neen, hi heeft hem altijt ridderlijck, vroemlijck ende eerlijc ghedragen.' Doen seyde die keyser: 'so en sal men hem ooc nu niet anders toe betrouwen.'
Beschrijving
Een keizer had eens een slag tegen zijn vijanden. Een van zijn ridders belandde te ver onder de vijanden, en werd gevangen genomen. De ridder wendde voor dat hij aan de kant van de vijand stond. Toen men de keizer vroeg wat hij daarvan vond, wilde hij weten hoe deze ridder zich voorheen gedroeg. Men zei dat hij altijd ridderlijk, vroom en eerlijk geweest was. De keizer zei, dat men hem deze eigenschappen dan nu ook toe zou schrijven.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 259
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22