Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT156

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .CLIII. cluchte.

Een ghesel vrijde een vrouwe. Ende als hi lange nagheloopen hadde, seide si tot hem: 'Ick wil u wat bidden. Als gy dat een jaer lanck ghedaen hebt, so sal ick oock uwen wille doen.' Hi vraechde haer wat dat ware. Si seyde: 'Gy sult een jaer lanc gaen besoecken die siecke lieden ende sult sien hoe si haer aen dat laetste eynde houwen.' Die ghesel seyde: 'Dat wil ick doen.' Ende als dat jaer om quam, ghinck die gheselle wederom totter vrouwen ende seyde: 'Vrouwe, doet nu wel mijnen wille, want mijnen wille is dat ick vroem ende cuysch blive, want dat heb ick in die schole gheleert, daer ghi mi ghesonden hebt.'

Beschrijving

Een man had een oogje op een vrouw. Zij beloofde hem te doen wat hij wilde, als hij een jaar lang de zieken zou bezoeken, en zou kijken hoe zij zich gedroegen op het einde van hun leven. Dat deed de man, en toen het jaar om was zei hij dat zijn wil was dat hij vroom en kuis zou blijven. Dat was wat hij tijdens dat jaar had geleerd.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 265

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22