Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT164

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .CLXII. cluchte.

Een vrouwe ghinck te biechten ende wat haer die priester tot boet gaf dat en woude se niet doen. Die priester seyde: 'Nochtans moet ghi wat penitentiën hebben. Isser gheen spijse die ghi niet en moecht?' Die vrouwe antwoorde: 'Ick en hebbe noyt ajuyn geten.' Die priester seyde: 'So sette ick u tot een penitentie dat ghi u leven lanck gheenen ajuyn eeten en sult.' Dye vrouwe was ontrent acht daghen dat si gheenen en adt. Maer haer luste alleneen daernae, hoe si toch smaken mochten. Ende cocht een ghansch muecken vol, die si in acht daghen al op adt, ende daerna adt si altijt ajuyn.

Beschrijving

Een vrouw ging te biecht, maar wilde de boete die de priester haar opgaf niet voldoen. Toen vroeg de priester, of er iets was wat ze nog nooit gegeten had. De vrouw had nog nooit ui gegeten. Haar boetedoening zou zijn, dat zij nooit ui mocht eten. Na acht dagen kon ze het echter niet meer uithouden van nieuwsgierigheid en kocht uien. Sindsdien at ze altijd ui.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 317

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22