Hoofdtekst
Van gehoorsaemheyt.
Die .CLXXVI. cluchte.
Coninc CAREL van VRANCRIJC had een ghewoonheyt dat hi na den eten eenen appel adt dien hi selfs schelde. Op eenen tijt stonden syn dry soonen voor hem ende hi woude se proeven, hoe gehoorsaem dat si hem zijn souden. Ende riep den outsten die GOBANDUS hiet ende sprac tot hem: 'Coemt tot mi ende doet uwen mont open ende ontfangt dese appelsnede van mi.' GOBANDUS antwoorde: 'Heere, het waer mi een schande, soude ick een stuck appels van u ontfanghen, ick can wel self een eten.' Die coninc riep den anderen dye HONOVIER hiet ende seyde tot hem: 'Coemt, ontfangt dit stuck appels van my in uwen mont.' HONOVIER antwoorde: 'Ghi syt myn heer, vader, ghy muecht met mi doen wat gy wilt, ic sal u ghehoersaem syn, doet met my wat ghi wilt.' Ende ginck tot hem ende knielde voor hem ende ontfinc dat stuc appels in sinen mont. Doen seyde die coninck: 'Ic make u een coninc in VRANCKERIJCK.' Ende riep den derden die LOTHARIUS hiet ende boot hem ooc een stuck, LOTHARIUS ontfing 't in sinen mont. Die coninc seyde: 'Ic sette u tot eenen hertoch in LOTHRINGEN.' Als GOBANDUS dat sach, ginck hi ooc totten vader ende seyde: 'Heer, ic doe mijnen mont ooc open, gheeft mi ooc een stuck.' Die coninck sprack: 'Ghi syt te spade comen, ick en gheve u noch stuck appels, noch eenich landt.' Daer af is in VRANCRIJCK een spreecwort comen: 'GOBANDE, ghi hebt te spade ghegaept.'
Die .CLXXVI. cluchte.
Coninc CAREL van VRANCRIJC had een ghewoonheyt dat hi na den eten eenen appel adt dien hi selfs schelde. Op eenen tijt stonden syn dry soonen voor hem ende hi woude se proeven, hoe gehoorsaem dat si hem zijn souden. Ende riep den outsten die GOBANDUS hiet ende sprac tot hem: 'Coemt tot mi ende doet uwen mont open ende ontfangt dese appelsnede van mi.' GOBANDUS antwoorde: 'Heere, het waer mi een schande, soude ick een stuck appels van u ontfanghen, ick can wel self een eten.' Die coninc riep den anderen dye HONOVIER hiet ende seyde tot hem: 'Coemt, ontfangt dit stuck appels van my in uwen mont.' HONOVIER antwoorde: 'Ghi syt myn heer, vader, ghy muecht met mi doen wat gy wilt, ic sal u ghehoersaem syn, doet met my wat ghi wilt.' Ende ginck tot hem ende knielde voor hem ende ontfinc dat stuc appels in sinen mont. Doen seyde die coninck: 'Ic make u een coninc in VRANCKERIJCK.' Ende riep den derden die LOTHARIUS hiet ende boot hem ooc een stuck, LOTHARIUS ontfing 't in sinen mont. Die coninc seyde: 'Ic sette u tot eenen hertoch in LOTHRINGEN.' Als GOBANDUS dat sach, ginck hi ooc totten vader ende seyde: 'Heer, ic doe mijnen mont ooc open, gheeft mi ooc een stuck.' Die coninck sprack: 'Ghi syt te spade comen, ick en gheve u noch stuck appels, noch eenich landt.' Daer af is in VRANCRIJCK een spreecwort comen: 'GOBANDE, ghi hebt te spade ghegaept.'
Beschrijving
Karel de Grote wilde zijn zoons op gehoorzaamheid testen. Hij riep ze één voor één bij zich en vroeg ze hun mond te openen om een stuk appel van hem aan te nemen. De eerste zoon weigerde. De tweede zoon gehoorzaamde en werd koning van Frankrijk gemaakt. De derde zoon gehoorzaamde ook en werd hertog van Lotharingen gemaakt. De eerste zoon kwam toen terug op zijn besluit, maar hij was al te laat en kreeg geen appel en ook geen land.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 368
Naam Overig in Tekst
Carel   
Karel de Grote   
Vrancrijc   
Gobandus   
Honovier   
Lotharius   
Lotharingen   
Naam Locatie in Tekst
Frankrijk   
Lothringen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
