Hoofdtekst
Die .CXCII. cluchte.
Op eenen tijt was een schilder dye seer scoone beeldekens scilderde dat hem een yegelijc daer af verwonderde. Maer zijn huysvrouwe baerde hem die leelijcste kinderen die men vinden mochte. Ende als men hem vraechde hoe dattet quame dat hi soe schoonen kinderen schilderden ende syn kinderen so leelijck waren, so antwoorde hi: 'Dye schoone make ick in den dage, maer dye leelijcke in den nacht.'
Op eenen tijt was een schilder dye seer scoone beeldekens scilderde dat hem een yegelijc daer af verwonderde. Maer zijn huysvrouwe baerde hem die leelijcste kinderen die men vinden mochte. Ende als men hem vraechde hoe dattet quame dat hi soe schoonen kinderen schilderden ende syn kinderen so leelijck waren, so antwoorde hi: 'Dye schoone make ick in den dage, maer dye leelijcke in den nacht.'
Beschrijving
Mensen vroegen zich af waarom een schilder beeldschone kinderen kon schilderen, maar zijn eigen kinderen lelijk waren. Het antwoord: "De mooie maak ik overdag, maar de lelijke in de nacht."
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 412
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22