Hoofdtekst
Van die cleederen.
Die .CXCII. cluchte.
FRANCISCUS PETRARCHA schrijft van eenen costelijcken ende wel spreeckenden orator in latijn ende wals te PADUA, diens lof door gans ITALIËN ginck; sinen naam was DONATUS. Ende te PADUA was een niewe rechter ghewoorden in een potestaat. Op eenen tijt sat die niewe scoutet te gherechte. Doen quam een arme borgher tot DONATUM ende badt hem dat hi met hem gaen woude voor den nieuwen schoutet ende hem syn woordt doen. DONATUS trock eenen slechten rock aan ende quam soe voor den rechter ende begost een simpel oratie te doene voor den man. Die rechter viel hem daer in ende sprack tot hem: 'Cont ghi ooc LATIJN?' Hi antwoorde: 'Ja, een weynich.' Die rechter seyde: 'Ghi moecht wel LATIJN spreecken, want ic verstae 't wel.' Doen begost DONATUS so costelijcken LATIJN tespreecken dat hem die rechter ghenoech te verwonderen hadde. Ende vraechde eenen van dien dye hy hem stonden wie dat hy ware, dye daar sprack. Doen antwoorden si hem: 'Het is DONATUS, die gheleerde man.' Doen verschrock die rechter, want hi kende den naem wel, maer den persoon niet. Ende badt hem dat hij 't hem vergheven woude dat hi hem om synder cleydinghe wil veracht hadde, ende gaf hem alle dat hy begheerde.
Die .CXCII. cluchte.
FRANCISCUS PETRARCHA schrijft van eenen costelijcken ende wel spreeckenden orator in latijn ende wals te PADUA, diens lof door gans ITALIËN ginck; sinen naam was DONATUS. Ende te PADUA was een niewe rechter ghewoorden in een potestaat. Op eenen tijt sat die niewe scoutet te gherechte. Doen quam een arme borgher tot DONATUM ende badt hem dat hi met hem gaen woude voor den nieuwen schoutet ende hem syn woordt doen. DONATUS trock eenen slechten rock aan ende quam soe voor den rechter ende begost een simpel oratie te doene voor den man. Die rechter viel hem daer in ende sprack tot hem: 'Cont ghi ooc LATIJN?' Hi antwoorde: 'Ja, een weynich.' Die rechter seyde: 'Ghi moecht wel LATIJN spreecken, want ic verstae 't wel.' Doen begost DONATUS so costelijcken LATIJN tespreecken dat hem die rechter ghenoech te verwonderen hadde. Ende vraechde eenen van dien dye hy hem stonden wie dat hy ware, dye daar sprack. Doen antwoorden si hem: 'Het is DONATUS, die gheleerde man.' Doen verschrock die rechter, want hi kende den naem wel, maer den persoon niet. Ende badt hem dat hij 't hem vergheven woude dat hi hem om synder cleydinghe wil veracht hadde, ende gaf hem alle dat hy begheerde.
Beschrijving
Donatus was eens een beroemd Romeins redenaar. Een arme burger moest voor de rechter komen en die vroeg Donatus het woord voor hem te doen. Donatus trok eenvoudige kleding aan en verscheen voor de rechter. Toen begon hij prachtig Latijn te spreken. De rechter kwam erachter wie hij was, en verontschuldigde zich omdat hij hem op zijn kleding beoordeeld had. Hij kreeg alles wat hij begeerde.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 417
Naam Overig in Tekst
Franciscus Petrarcha   
Petrarca   
Latijn   
Donatus   
Naam Locatie in Tekst
Padua   
Italiën   
Italië   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
