Hoofdtekst
Die .CCXXVII. cluchte.
Tot den coninck van VRANCRIJC quam een aventuerder als hi eens over velt reedt, ende badt hem om een gifte. Die coninck ghaf hem eenen stuyver. Hi seyde: 'Ghy deylt gansch onghelijc met uwen broeder.' Die coninck seide: 'Syt ghy mijn broeder?' Hi antwoorde: 'En bidt ghi niet also: Vader onse etc.?' Die conine seyde: 'Ghy hebt wel u deel, want soude ick elcken broeder so veel gheven als u, so soude ick dat conincrijck moeten vercoopen. Gaet ende eyscht elcken broeder oock so veel, so sult ghi wel ghenoech crijghen.'
Tot den coninck van VRANCRIJC quam een aventuerder als hi eens over velt reedt, ende badt hem om een gifte. Die coninck ghaf hem eenen stuyver. Hi seyde: 'Ghy deylt gansch onghelijc met uwen broeder.' Die coninck seide: 'Syt ghy mijn broeder?' Hi antwoorde: 'En bidt ghi niet also: Vader onse etc.?' Die conine seyde: 'Ghy hebt wel u deel, want soude ick elcken broeder so veel gheven als u, so soude ick dat conincrijck moeten vercoopen. Gaet ende eyscht elcken broeder oock so veel, so sult ghi wel ghenoech crijghen.'
Beschrijving
Een zwerver kreeg van de koning van Frankrijk een stuiver. Hij vond dat dat te weinig was, omdat ze immers broeders waren, zoals iedereen dat van elkaar is. De koning zei, dat als hij iedere broeder zoveel zou geven, dat hij dan het koninkrijk moest verkopen. Hij zei de zwerver iedere broeder net zoveel te vragen, dan zou hij wel genoeg krijgen.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 517
Naam Overig in Tekst
Vrancrijc   
Naam Locatie in Tekst
Frankrijk   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
