Hoofdtekst
Het Zangven
In het Zangven nabij Hunsel werd in vroegere tijden vaak een wondere Maria-zang gehoord. Een zuster, die heur medezuster, die op het land werkte, had moeten waarschuwen, werd daarna door de schone liederen van de vogels in de natuur verlokt om van de kortste weg naar het klooster terug af te gaan. Ze ging naar waar zij de schone muziek hoorde, dat de vogels haar telkens maar weer toe-tjilpten en toe deden rollen. En het was zo mooi in Gods heerlijke natuur, en telkens hoorde ze verder weer een ander en een schoner gezang. En het zustertje liep en luisterde weer, en vergat de tijd. Toen dacht ze: zo schoon als de vogels kunnen zingen, zo schoon zou ik vanavond en morgen en altijd in onze kapel God en Maria willen toezingen . . . en toen zij dat dacht, werd ze gewaar dat de schaduwen zo lang werden: de zon neeg ter kimme. Beangstigd en niet wetende waar ze was, wist ze eerst niet wat te doen. Wat zou men in het klooster van haar denken, dat zij zo was weggebleven? Maar in heur weggaan had immers geen slechte bedoeling gelegen: zij bewonderde immers de schone schepping van God.
De avondster kwam. De vogelen zwegen de een na de ander. Waar ze was, kon ze zich niet bedenken. En toen begon de zuster, wel beangstigd, maar toch nog altijd vol van Gods heerlijkheid in de natuur, een lied te zingen, het Salve Regina, en weer een lied, het Ave Maria, als het eerste beëindigd was, Maria Moeder ter ere. De zuster kon zo wonderschoon zingen, en treurzang was een zingend gebed tot Maria. En zij schreed almaar voort, vertrouwende op Maria Haar leiding; en ze keerde veilig weer.
De zang is lang blijven naklinken in het Zangven, want daar was de zuster verdwaald geweest.
Een variatie op 't legende-slot is deze:
De zuster is zingend in het ven gebleven, waarin ze verdoold was. Maria heeft haar willen straffen om de ongehoorzaamheid maar de zuster is toch zingend de hemel binnengegaan. En als duidelijk bewijs van heur zalige dood, heeft men vaak de schone Maria-zangen daar in het ven nog gehoord. En men noemde daarom het ven nadien: het Zangven.
In het Zangven nabij Hunsel werd in vroegere tijden vaak een wondere Maria-zang gehoord. Een zuster, die heur medezuster, die op het land werkte, had moeten waarschuwen, werd daarna door de schone liederen van de vogels in de natuur verlokt om van de kortste weg naar het klooster terug af te gaan. Ze ging naar waar zij de schone muziek hoorde, dat de vogels haar telkens maar weer toe-tjilpten en toe deden rollen. En het was zo mooi in Gods heerlijke natuur, en telkens hoorde ze verder weer een ander en een schoner gezang. En het zustertje liep en luisterde weer, en vergat de tijd. Toen dacht ze: zo schoon als de vogels kunnen zingen, zo schoon zou ik vanavond en morgen en altijd in onze kapel God en Maria willen toezingen . . . en toen zij dat dacht, werd ze gewaar dat de schaduwen zo lang werden: de zon neeg ter kimme. Beangstigd en niet wetende waar ze was, wist ze eerst niet wat te doen. Wat zou men in het klooster van haar denken, dat zij zo was weggebleven? Maar in heur weggaan had immers geen slechte bedoeling gelegen: zij bewonderde immers de schone schepping van God.
De avondster kwam. De vogelen zwegen de een na de ander. Waar ze was, kon ze zich niet bedenken. En toen begon de zuster, wel beangstigd, maar toch nog altijd vol van Gods heerlijkheid in de natuur, een lied te zingen, het Salve Regina, en weer een lied, het Ave Maria, als het eerste beëindigd was, Maria Moeder ter ere. De zuster kon zo wonderschoon zingen, en treurzang was een zingend gebed tot Maria. En zij schreed almaar voort, vertrouwende op Maria Haar leiding; en ze keerde veilig weer.
De zang is lang blijven naklinken in het Zangven, want daar was de zuster verdwaald geweest.
Een variatie op 't legende-slot is deze:
De zuster is zingend in het ven gebleven, waarin ze verdoold was. Maria heeft haar willen straffen om de ongehoorzaamheid maar de zuster is toch zingend de hemel binnengegaan. En als duidelijk bewijs van heur zalige dood, heeft men vaak de schone Maria-zangen daar in het ven nog gehoord. En men noemde daarom het ven nadien: het Zangven.
Beschrijving
Versies over het ontstaan van de naam Zangven.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Nederlands Limburg, Utrecht [etc.], 1981. p. 120, nr. 5.6
Motief
Q223.13 - Neglect of clerical duties punished.   
Commentaar
Gerard Lemmens, Maria in Limburg, 1947. p. 120, 122
Vertellers : Linssen, E. (Neeritter); mej. G. Kern (Heerlen, vroeger te Hunsel)
Vertellers : Linssen, E. (Neeritter); mej. G. Kern (Heerlen, vroeger te Hunsel)
Naam Overig in Tekst
Maria   
Ave Maria   
Salve Regina   
God   
Maria Moeder   
Naam Locatie in Tekst
Hunsel   
Zangven   
Plaats van Handelen
Hunsel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:50:22
