Hoofdtekst
Meerminnen
De burgers van Schouwen waren slecht en hoogmoedig, en gaven om God noch gebod.
Eens kwam een meermin gevlogen, zweefde boven de stad, en zong:
"Schouwen, Schouwen, sal vergaen
't Water boven den toren staen."
Sinds dien dag beukten de golven steeds heviger tegen de muren der stad, en ze zullen niet aflaten, eer Schouwen is vergaan.
De burgers van Schouwen waren slecht en hoogmoedig, en gaven om God noch gebod.
Eens kwam een meermin gevlogen, zweefde boven de stad, en zong:
"Schouwen, Schouwen, sal vergaen
't Water boven den toren staen."
Sinds dien dag beukten de golven steeds heviger tegen de muren der stad, en ze zullen niet aflaten, eer Schouwen is vergaan.
Onderwerp
SINSAG 0031 - Die Prophezeiung des Meerweibes   
Beschrijving
De bewoners van Schouwen waren zeer slecht en daarom kwam een zeemermin aankondigen:
"Schouwen, Schouwen, sal vergaen
't Water boven den toren staen."
Sinds die dag beuken de golven steeds harder tegen de stadsmuren en zullen niet aflaten eer Schouwen is vergaan.
"Schouwen, Schouwen, sal vergaen
't Water boven den toren staen."
Sinds die dag beuken de golven steeds harder tegen de stadsmuren en zullen niet aflaten eer Schouwen is vergaan.
Bron
J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 7
Commentaar
voor 1933
Die Prophezeiung des Meerweibes
Wolf, N.S., N° 565
Naam Overig in Tekst
God   
Naam Locatie in Tekst
Schouwen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
