Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ZEEUW004 - Meerminnen

Een sage (boek), 1923 - 1932

Hoofdtekst

Meerminnen

De inwoners van Bats droegen den naam van Heeren, ofschoon ze maar boeren waren. Dien naam hadden ze gekregen wegens hun rijkdom en verregaande hoovaardij. Reden ze uit, dan zaten ze in karren met wielen waar zilveren banden om lagen, en hun paarden waren met zilveren hoefijzers beslagen. In de huizen waar ze verteer maakten, betaalden zij altijd met gouden geld en begeerden nooit iets terug. Zoo groot was hun hoogmoed dat zij zilveren klinken aan hun deuren lieten maken.
Op zekeren dag verscheen een meermin in de Schelde voor Bats en zong:
"Batsland zal vergaan.
En de toren in 't water blijven staan."
Zoo is 't gebeurd. Na de doorbraak van 1539 verging het dorp, alleen de toren bleef staan. Later is ook deze ingestort, maar bij laag water kan men de ruïne nog zien.

Onderwerp

SINSAG 0031 - Die Prophezeiung des Meerweibes    SINSAG 0031 - Die Prophezeiung des Meerweibes   

Beschrijving

De bewoners van Bats waren hoovaardige boeren, die hun karwielen zilveren banden gaven en hun paarden zilveren hoefijzers. Een meermin kwam verkondigen:
"Batsland zal vergaan.
En de toren in 't water blijven staan."
En dat gebeurde in 1539; alleen de toren bleef staan. Deze is later ingestort, maar bij laag water is de ruïne ervan nog te zien.

Bron

J.R.W. en M. Sinninghe: Zeeuwsch sagenboek. Zutphen 1933, p. 7-8

Commentaar

voor 1933
Die Prophezeiung des Meerweibes
N. van Kol, Sagenboek I, 36

Naam Overig in Tekst

Batsland    Batsland   

Naam Locatie in Tekst

Schelde    Schelde   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20