Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK426 - Van de vier Gasten

Een legende (tijdschriftartikel), donderdag 06 februari 1896

Hoofdtekst

Van de vier Gasten

Vrienden luistert naar het lied
Christelijke scharen,
Wat er van vier gasten is geschied
Die kameraden waren.
Ze maakten samen eenen band
Om te bezoeken het Heilig Land.
Maar niet weerom te keeren.
Vóór zij zagen het Graf des Heeren.

Hun blijschap, die was haast vergaan
In grote trubbelatie
En eene schrik, die kwam hun aan
't Was duivelsche tentatie
Twee tijgers maken een groot getier.
Deez' gasten riepen alle vier
"O God, wat komt ons tegen
Op deez' bedroefde wegen!

Zou hier iemand vol zonden zijn,
Die aan God zoude mishagen?
Maria zuiver, maged rein,
Wil zorg voor ons dragen.
Want deze reis is onze wil."
En eene van deez' vier stond stil
En liet veel tranen leeken
Toen zeide hij zijn gebreken.

"Laat mij alleen op deze baan,"
Sprak hij met een groot bezwaren,
"Ik heb ten biechte niet gegaan,
In tijd al van acht jaren.
Voorwaar, mijn zonden zijn zoo groot,
Reist gij liën met uw drie maar voort,
Want God, die komt ons plagen
Om mijn verleden dagen."

Toen spraken de and're drie getrouw,
"Och, wil niet droevig wezen,
De Litanie van Onz' Liev' Vrouw
Die zullen we voor u lezen.
En vragen dan aan God genaên
Voor al uw zonden en misdaên,
En vijfmaal alle dagen
Zullen wij ons gebed aan God opdragen."

De tijgers, die verdwenen ras,
Zij trokken voort te zamen,
Gelijk als 't hun begeerte was
Te Jerusalem zij kwamen.
Daar zagen zij het Heilig Graf,
Dat Jozef daar aan Christus gaf;
Twee Minnebroeders kwamen,
Die hun de biecht afnamen.

Zij kregen daar op staanden voet
Het Vleesch en Bloed des Heeren,
Hun groot berouw, dat was zeer goed,
Dat bleek in 't wederkeeren.
De eene gast, van zonden groot,
Die bleef te Machedoniën dood,
Heel naakt en bloot van leden
Een vrouw kwam daar getreden

Die sprak: "Gij vrienden, al te saêm
Wilt het doode lichaam begraven
En doet het eerst een schoon hemd aan
Reis dan door bosch en haven
En vreesch dan voor geen ongeval,
Ik weet, wie u verlossen zal."

Zij hebben dan met groot beklag
Het dood lichaam begraven
En kort daarna den derde dag
Zij een schaapsherder zagen.
Die had drie schaapjes, deze vrind,
Hield het nog een met een rood lint
En daar stond niets te weien
Dan steenen en dan keien

Zij vragen dan met groot verstand:
"Wat geeft ge uw schaapjes te eten?
Hier is geen kruid, gras, graan in't land
We zouden 't gaarne weten.
De herder heeft aan hen verklaard:
"Die zijn door God en mij bewaard.
Dat is 't ééne uitverkoren
Dat acht jaar was verloren;
Dat is nu in de[n] rechte[n] stal
Geraakt door uw gebeden."

De herder verdween op staanden voet.
Zij trokken voort met droef gemoed
En waren zeer verslagen
Straks eenen geest zij zagen.

Die sprak: "En zijt toch niet ontsteld
Dat ik mij kom vertoonen:
Gij mij begraven hebt in 't veld
En dat zal God u loonen.
Gij deedt mij eerst een schoon hemd aan
En wilt Gods Moeder nooit afstaan;
Zij heeft pardon gekregen
Voor al mijn zondig leven

Ik ben nu in der eeuwigheid
Geraakt door uw gebeden."
De geest heeft hen adieu gezeid;
Zij toen hun reis voldeden
En dankten Gode vroeg en laat
Voor 't zien van hunnen kameraad.
Zondaars, wilt hieruit leeren:
Wilt met berouw bekeeren.

Onderwerp

SINLEG 0345 - Maria erscheint einem Sünder, um ihn zu bekehren (einem Spötter, Mönch; der das Kloster verlassen will).    SINLEG 0345 - Maria erscheint einem Sünder, um ihn zu bekehren (einem Spötter, Mönch; der das Kloster verlassen will).   

Beschrijving

Vier vrienden sluiten een verbond om samen het Heilig Graf te bezoeken. Onderweg werden ze aangevallen door twee tijgers. De vier riepen God aan en vroegen zich af, wie van hen wat had misdaan. Een van hen is acht jaar niet wezen biechten. De anderen beloven voor hem te zullen bidden. Daarop verdwenen de tijgers en konden de drienaar het H. Graf reizen, waar ze de H. Communie ontvingen. De in Macedonië achtergeblevene kwam te overlijden en de anderen komen hem begraven. De derde dag zien zij een herder, die zijn drie schaqpen weidtr tussen de kale stenen. Zij blijken bewaartd door Christus. Dan trekken ze verder en ontmoeten een geest. Het is hun vriend, die door bemiddeling van Maria genade heeft verkregen.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

6 februari 1896
Simonis schrijft op 6 februari 1896 aan Boekenoogen: "Ik was met een mijner vrienden alhier 'den boer op' gegaan om wat folkloristische bijdragen te verzamelen. Zoo kwamen we bij eene vrouw van in de zeventig, die het liedje kende van 'De Vier Gasten' en 'De Twee Koningskinderen'. De oude vrouw, hoe schor van keel ook, moest zingen, want mijn vriend, een liefhebber van muziek, was het om de melodie te doen. We meenden bij het eerste hooren met een oud liedje te doen te hebben, want, zeide de vrouw, zij had het van haar moeder geleerd. Nadat ik de woorden en mijn vriend de muziek had opgeteekend, gingen we verder naar eene schuur, waar eenige boerenjongens den dorschvlegel hanteerden. Ze kenden geen oude liedjes. 'Kent ge dan niet van de Vier Gasten, van de twee Koningskinderen?' 'Jawel, mijnheer, maar die zijn zoo oud niet: die koopen we op de Bossche markt.' Wat moesten wij er nu van denken? We lieten om ons te overtuigen eenige liedjes meebrengen uit 's Bosch, waaronder ook dat van de Vier Gasten. Dit verschilde echter merkelijk in zijn tekst van het, denk ik, oorspronkelijke, dat wij van de zeventigjarige vrouw leerden."
Maria erscheint einem Sünder, um ihn zu bekehren & TM 5001 Heilige (Maria) brengt redding of genezing (na religieuze belofte)

Naam Overig in Tekst

Christus    Christus   

God    God   

Maria    Maria   

Vrouw    Vrouw   

Heer    Heer   

Jozef    Jozef   

Minnebroeders    Minnebroeders   

Naam Locatie in Tekst

Land    Land   

Graf    Graf   

Jerusalem    Jerusalem   

Macedonië    Macedonië   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20