Hoofdtekst
De heer van Zuijlichem sag een juffer, die altoos duyvels veel snaps hadt, op een paerd sitten, dat sij meer met toom en mondstuck plaegde als regeerde. 'Wie heeft dit soo gepractiseert', seyde hij, ' 't was dunckt mij veel beter dat de toom en 't mondstuck van 't paerdt wierdt genomen en de juffrou aengepast.'
Beschrijving
De heer van Zuijlichem zag eens een dame die een paard niet in toom kon houden met bit en teugels. Hij vond dat de vrouw beter het bit en de teugels om kon krijgen dan het paard.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Zuylichem [= Constantijn Huygens]   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
