Hoofdtekst
Kommertje hadde een steene varcken half vol goudt gesteecken. Soo als ick haer quam besoecken, wilde sij mij een raer stuckje laeten sien. Sij hudselde dat varcken gins en weder. Dan stack se met een mes nae het goudt etc. R.'Ey, lieve doet sooveel moeyte niet, ick sal het daerna wel eens sien etc.' Neen dat mogt niet wesen, sij hudselde al voort. Op het lest schoot er een stuck uyt vlack in 't vuyr (dat wij evenwel na veel soeckens weer kregen). R. 'Sey ik u niet dat dat niet wel kost uytvallen.'
Beschrijving
Kommertje wilde graag een bijzonder stukje goud uit haar spaarvarken laten zien. Ze husselde het varken heen en weer, en de ander zei haar dat ze niet zoveel moeite hoefde te doen. Toen viel er een stuk in het vuur, wat na veel moeite weer teruggevonden werd. Het bezoek zei tegen Kommertje: "Zei ik u niet dat het niet goed uit kon vallen."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Kommertje   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
