Hoofdtekst
Jaques Turenhout hadde een mantel met zij-camelot gevoert, daer hij van voornam een wambays te laeten maecken. Hij riep de kleermaecker meester Jan de Bruyn, die er het camelot wel uyttarnde, maer maeckte daer soowel een wambays voor sichself van als voor Turenhout. Hij bragt het wambays te huys. R. 'Wat isser overgeschooten?' R. 'Niemendal.' R. 'Hoe is dat mogelijck?' R. 'Hier en daer was wat gebroocken etc.' Een maendt daernae quam hij om sijn geldt en hadde onbeschaemt sijn gestoolen wambaysje aen. R. 'Wel, wat duyvel, is dat niet van 't eygen stof als ick hier aen hebbe?' Hij kost het niet ontkennen, maer seyde anders niet als: 'Het is veel beter, monsieur Turenhout, uw stof als mijn konst verlooren.'
Beschrijving
Een man wilde van fraaie stof een jasje laten maken door een kleermaker. Die maakte van de stof die overbleef ook een jasje voor zichzelf. Tegen zijn klant zei hij dat er niets was overgebleven. Toen hij later zijn geld kwam halen, had hij echter het jasje aan, en de klant herkende zijn stof. Toen zei de kleermaker: "Beter uw stof dan mijn kunst verloren."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Jacques Turenhout   
Jan de Bruyn   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
