Hoofdtekst
Een gierig en niet min rijck beest beroemde sich dat hij in l2 jaeren van alle de wijn, die in sijn huys geconsumeert was, geen penning aen excijs gegeven hadde en dat quam bij omdat hij een kelder vol wijn recht achter en onder sijn huys hadt. Op sijn doodbedde leggende riep hij sijn knecht bij hem. R. 'Maerten, hoeveel, hoeveel wijn isser noc in huys?' R. 'Ontrent een aem.' R. 'Daer kan men op mijn begraffenis niet mogelijck mee toe, ghij moet sorg dragen dat er voor mijn doodt tenminsten altoos noch een paer aemen gesmockelt werden.'
Beschrijving
Een gierige rijke man was erg trots dat hij nooit accijns had betaald over zijn wijn. Op zijn sterfbed vroeg hij zijn knecht hoeveel wijn er nog was. Toen hij hoorde dat er te weinig was voor op zijn begrafenis, droeg hij zijn knecht op te zorgen dat er voor zijn dood nog en paar vaten gesmokkeld zouden worden.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20