Hoofdtekst
Een waerdt, die een deel volx tracteerde, wilde kluchtig wesen en seyde met yder schotel die hij opsette: 'Vrienden, ghij zijt mij van harten wellekom, dit en kost u al geen geldt, al den bruy is donné', en dat duyrde soo langen tijdt. Op het lest bragt hij een schoone kalckoen. R. 'Dit alleen moet betaelt werden.' Men sette se ongeschonden onder de banck. In sijn rekening eysschte hij 100 daelders daervoor. R. 'Daer is sij weer'. Sij lachten hem uyt. Hij kreeg sijn geldt maer moest wat sponden.
Beschrijving
Een waard wilde grappig zijn en deed net of hij zijn gasten alles gratis gaf. Hij zei ze, dat ze alleen voor de kalkoen hoefden te betalen. Op de rekening vroeg hij daar honderd daalders voor. Het gezelschap lachte hem uit, maar gaf de waard toch zijn geld.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20