Hoofdtekst
De heer Steven Groulardt klaegde mij dat hij al sijn geldt verlooren hadde. R. 'Ick oock.' R. 'Ick gae de helft van mijn resterende capitael in pistaches versnoepen.' Ick kreeg er mede een handt vol af, maer een daeronder die onkraekelijck was. 'Ick ben nu te gierig geworden', seyde ick, 'om dien harden hondt evenwel weg te werpen, ick sal hem thuys tusschen de deur of met een haemer kraecken.' R. 'Geef hier, ick sal hem met mijn tanden wel kraecken, magere luysen bijten scharp.'
Beschrijving
Een heer had zijn geld verloren, en wilde de helft van zijn laatste geld besteden aan pistachenootjes. Hij deelde deze met een mede-armoedzaaier. Deze kreeg een noot die niet te kraken was, en zei dat hij deze wel thuis kapot zou slaan. De ander zei toen dat hij hem wel met zijn tanden zou kraken: magere luizen bijten hard.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Steven Groulardt   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
