Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0406

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Capiteyn Marreveldt, die sijn arm is afgeschooten tot den elleboog toe, tot Edam aen den gemeenen haerdt koomende, wierdt van een groven boer, die er eer als hij geseten hadde, wat bebolwerckt. R. 'Kameraedt, ghij kunt oock, als het al geseyt is, wat rechter opsitten.' R. 'Ick sit op mijn gemack.' R. 'Dat 's evenwel onfatsoenelijck, ick verteer mêe mijn geldt.' R. 'Wat dese krimpk... meug je tegen geen houde en wil je quansuys mede een rechtschaepen man wesen.' R. 'Boer, niet veel te praeten, ick sal mijn handen een oogenblick bij het vuyr steecken; dan wedd'ick wie sijn eene handt langer in 't water houdt, om een rijcxdaelder.' R. 'Ick ben tevreden.' R. 'Ick ben gereedt.' R. 'Treckt uw handschoenen uyt.' R. 'Doet mee vrij uw wanten aen.' Daermede ging het wedspul aen. De boer begon bitterlijck te krimpen ende swaerelijck te vloecken. R. 'Geef j'et?' R. 'Noch soo niet.' R. 'Geef j'et noch niet.' R. 'Ick treck er mijn handt uyt. ' R. 'Je bent het quijt. ' R. 'Daer wil ick evenwel noch eerst een sneetje voor leggen.' R. 'Alree man.' Sij raecken aen malkanderen. Marreveldt hieldt sijn houte handt maer voor sijn trony, daer de kinckel sijn mes te schanden op sneedt, terwijl hij niet misgedeelt wierdt met veegen in sijn koonen, tot sooverr [sic] dat hij de rijcxdaelder gaf. Het wierdt aen den haerdt weer opgehaelt, dese bataille. 'Jae', seyde een andere voorvechter, 'hij mag soo gaeuw zijn als hij wil, ick souw hem wel anders geteystert hebben.' Marreveldt niet luy, lichte deselve handt op en sloeg hem voor sijn tanden, dat sijn backhuys half te pletteren was. 'Die vent', seyd ' het boere-selschip, ' heeft de duyvel in.' Elck ruymde den haerdt en lieten hem alleen.

Beschrijving

Een kapitein en een boer wedden wie zijn hand eerst bij het vuur kan houden, en daarna om het langst in het water kan houden. De kapitein wint, want die heeft een houden hand. Uiteindelijk kwam het tot een gevecht, en met zijn houten hand sloeg hij de boer vol in het gezicht. Daarna liet het boerengezelschap de kapitein met rust.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Overig in Tekst

Marrevelt    Marrevelt   

Naam Locatie in Tekst

Edam    Edam   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20