Hoofdtekst
Silus gaf getuygenis tegen Piso die beschuldigt wierde. Crassus, die de man kende vroeg hem: 'De man is misschien quaedt geweest doe hij dat sprack?' R. 'Dat souw wel kunnen wesen.' R. 'Het souw oock wel kunnen wesen dat ghij het qualijck verstaen hadde?' R. "t Is oock soo.' R. "t Souw oock kunnen zijn dat ghij yets soudt u inbeelden gehoort te hebben dat ghij niet gehoort hadde.' Welcke vrage de omstanders soo dede lacchen, dat Silus met roode wangen de kamer uyt moest.
Beschrijving
Crassus ondervroeg Silus toen hij getuigde tegen Piso. Op de vragen of de uitspraak die hij gehoord, had, misschien gemaakt was in woede, of dat Silus het misschien verkeerd verstaan had, antwoordde hij bevestigend. Toen vroeg Piso, of het zou kunnen dat hij het ingebeeld had dat hij het gehoord had, begonnen de omstanders te lachen en verliet Silus beschaamd de kamer.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Silus   
Crassus   
Naam Locatie in Tekst
Piso   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
