Hoofdtekst
Den advocaet Catshuijsen hadde den advocaet Rocus Molenschot, daer hij tegens pleyte, in sijn pleydoy van eenige vuylicheden beschuldigt, 'twelck Molenschot terstondt liet opteyckenen, en als hij hem compelleerde om sijn seggen te bewijsen, viel Catshuijsen door de mande. Als men seyde dat het Hof sich sulcks, als zijnde een ding van quade consequentie, soude aentrecken ende Catshuijsen daerover straffen, seyde Adriaen Rosa: 'Tut, tut, Catshuijsen sal dat wel op sijn hoornen nemen.'
Beschrijving
Advocaat Catshuijsen beschuldigde advocaat Molenschot in zijn pleidooi van een aantal dingen. De ander liet dit optekenen, en toen hij Catshuijsen om bewijs vroeg viel deze door de mand. Men zei dat het Hof Catshuijsen hier wel over zou straffen, maar Adriaen Rosa zei: "Catshuijsen zal dat wel op zijn hoornen nemen."
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Catshuijsen   
Rocus Molenschot   
Adriaen Rosa   
Naam Locatie in Tekst
Hof   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
