Hoofdtekst
Yemant, voorbij een seeckere mevrouws deur rijdende daer vrij wat op te seggen viel, sach soo een hoopen santerquanten voor haer huys geschildert. R. 'De duyvel haelt die goddelose lacqueyen niet haer vuyligheden.' R. 'Waerom? Daer is geen quaet geschiet, want dat is wiltbraet dat mevrouw alledagh vangt, dat hebben se voor deur gespijckert.'
Beschrijving
Iemand neemt aanstoot aan heiligenfiguren (?) aan een gevel, maar een ander verklaart dat het om wildbraad (gevangen duivels?) gaat.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20