Hoofdtekst
Jan vertelde aen Lys sijn ongeluckige voyagie, hoe dat hij van de Turck gevangen waer geweest, hoe hij geploegt hadde, geslaegen, geschopt ende gepijnigt was. R. 'Dat is schrickelijck om hooren. Maer hoe lieft m'er met het vrouvolck dat gevangen is?' R. 'Dat moet noch swaerder straf uytstaen, want die kust men soo lang tot sij doot sijn.' R. Dat is, ick beken het, ijsselijck, maer men moet rekenen dat men voor alle geledene smerte weer oneyndelijcke vreugde sal genieten, och die soo voor liet christengeloof mogt sterven.'
Beschrijving
Jan vertelde hoe hij op zijn reis in gevangenschap mishandeld was. Lys wilde weten hoe de vrouwen behandeld werden. Jan zei, dat die gekust werden tot ze dood waren. Lys zei dat dat vreselijk was, maar je moet bedenken dat men voor alle geleden smart later oneindige vreugde zal genieten.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Jan   
Turck   
Turk   
Naam Locatie in Tekst
Lys   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
