Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0726

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Caesar quam met een van sijn mackers in Noord-Hollandt. Hij meende hem na ouder gewoonte een pots te speelen en maeckte de waerdinne wijs, die al vrij sindelijck was, dat sijn macker een heymelijck gebreck hadde. R. 'Wat is het doch? ' Na lang teemen, omme de vrouw sooveel te nieuwsgieriger te maecken, seyde hij: 'Hij bederft alle de beddens daer hij op slaept, alsoo hij 's nachts sijn waeter niet houden kan.' R. 'Ick bedanck u seer, mijnheer. Ick sal daer wel voor sorgen.' Soo haest als de vriend na bedde te gaen dacht, brachten sij hem in een kamer daer geen bedde in was. R. 'Wel hoe, wat is dat te seggen, waer sal ick hier slaepen?' R. 'De kamer is ruym genoeg en daer staen stoelen in, maer aen een bedde kan ik u niet helpen, want sij sijn altemael beset.' R. 'Dat mogt gij mij eer geseyt hebben, ick soude op een ander hebben kunnen gaen.' Met gins en weder disputeeren moest hij sich eyndelijck met stoelen leyen. Men kan wel dencken dat hij des ochtens vroeg op was. Hij quam soo ras niet uyt sijn kamer of riep de waerdinne, die hij betaelde, haer met eene vraegende wat reden dat sij hadde gehadt van hem op sulck fatsoen te tracteeren. Sij wilde in het eerste daer niet wel aen, doch eyndelijck na hij hadde stilswijgentheyt belooft, quam de historie voor den dagh. Hij seyde anders niet als dat men haer geabuseert hadde ende geliet sich of hij vertrock, maer ontrent tegens dien tijt dat hij meende dat Caesar op soude staen quam hij wederom quansuys of de schuyt hem was ontvaeren of dat hij sich bedacht hadde en ging in Caesars kamer wat praten, niet één woordt van 't een of 't ander reppende, maer Caesar ging soo ras niet buyten de kamer om sijn gevoeg te doen, of hij goot de waterpot in 't bedde. Daerna, doe men scheyden souw, seyde hij tegens de vrouw: 'Ick hebbe het u flus niet willen seggen, maer die man die mij beschuldigde heeft selver dat gebreck en letter eens op als gij het bedde maeckt.' Daermee ging hij ten huys uyt. De vrou ging om alle sekerheyt terstont nasien en de saeck soo gestelt vindende, vloog Caesar aen met woorden en met vuysten. Hoe seer hij oock daertegen protesteerde, moeste hij noch daerboven de waerdinne ten vollen van alles contentement doen.

Beschrijving

Twee vrienden gingen in een herberg logeren. Een van hen had de waardin wijsgemaaktdat zijn vriend in bed plaste, zodat hij die nacht op twee stoelen moest doorbrengen. De volgende ochtend kwam hij achter de poets die zijn vriend hem gebakken had en nam wraak. Toen zijn makker even weg was, goot hij de po leeg in zijn bed en vertelde de waardin dat zij verkeerde informatie had ontvangen. Niet hij, maar zijn vriend plaste in bed. De waardin werd woedend toen ze het vieze bed zag en vloog de leugenaar aan.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Overig in Tekst

Noord-Hollandt    Noord-Hollandt   

Naam Locatie in Tekst

Caesar    Caesar   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20