Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0773

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Capiteyn Guichery op een bal zijnde, versogt seecker juffrou van sijn goede kennis om met hem te danssen, maer hij refuys tot 3 à 4 mael toe krijgende, versogt, om niemant aenstoot te geven, een ander soet jonge juffertje, 'twelck de plaets soolang suppleerde. Na het danssen addresseerde hij sich weer aen sijn weygerige matres, sich beklaegende over haere wreetheyt dat hij beter van haer verwacht hadde. Sij excuseerde sich, seggende dat sij op dien ochtent gelaeten was. R. 'Op de voet aparentelijck?' R. 'Neen, mijnheer. In mijn slincker arm.' R. 'En belet u dat het danssen! Dat moet seecker een slecht lancet geweest sijn, of de meester moet er seer quaelijck mede omgegaen hebben.' R. 'Vergeeft het mij, mijnheer, en het lancet was goet ende de meester wel ervaeren. ' R. 'Het kan sijn, ick geloove evenwel, hadde ick U Edele met mijn lancet mogen laeten, dat het U Edele het danssen niet soude belet hebben.' R. 'Ey, is mijnheer mede van de kunst?' R. 'Ja, een weynig. ' R. 'Isser mijnheer oock vies mede?' R. 'Niet minder als dat. ' R. 'Heeft mijnheer sijn lancet oock bij sich?' R. 'Ja. ' R. 'Dina.' R. 'Wat belieft mejuffer?' R. 'Lang een reys een silver taljoor.' R. 'Sie daer, mejuffrou. ' R. 'Belieft mijnheer sijn lancet daer eens op te leggen?' R. 'Mejuffer, hadde ick het tevooren geweeten, ick soude het eerst wat geslepen hebben. Ick weet niet of het tegenwoordig wel in staet is om te toonen etc.' R. 'Ick dacht wel dat het soo slegt soude uytloopen. Het is het ordinarie uytvlucht van alle grootspreeckers. Daer meyt, neemt het taljoor weer weg. ' Guicherij stont lelijck verlegen, moest het evenwel voor die tijt opkroppen. Maer naderhant weder op een ander besoeck komende vond hij dese juffer daer hij nevens ging sitten, aen welcke hij sich op 't nieuws beklaegde over de pots die sij hem gespeelt hadde, dat hij hoopte dat sij het als raillant hadde gedaen en dat het oock beter was dat sij goede vrienden bleven etc. R. 'Het is mij indifferent, alsoo gij wilt, wil ick oock.' Onder soo een praetje vatte hij de juffers hand, die hij onder sijn hoedt stack die op sijn schoot lag, seggende: 'Juffrou, daer is nu het lancet daer gij laest nae vraegde. Voel nu self of het goed is.' Sij wilde haer hand met gewelt terug trecken, maer hij swoer soo sij niet vast en hiel, de hoet in 't publyck te laten vallen, soo dat se tot sijn revenge soo wat moeste blijven sitten.

Beschrijving

Een heer werd op een bal afgewezen door een dame. Zij wilde niet met hem dansen, omdat zij die dag een aderlating in haar arm had gehad. Zo kwamen ze te spreken over chirurgische messen. De heer beweerde dat hij er ook één had, maar kon het niet tonen. De juffrouw berispte hem daarover, en het ego van de heer was gekrenkt. Op een ander tijdstip kwamen ze elkaar weer tegen en de heer ging naast de dame zitten. Ze spraken af vrienden te zijn, maar de heer pakte de hand van de dame en stak die onder zijn hoed, die op zijn schoot lag: daar was het mes waar zij eerder om gevraagd had.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Overig in Tekst

Guichery    Guichery   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20