Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0789

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Een oolijcke fiel die sich in pelgroms klederen gesteecken, hadde een holle stock daer hij eenige eyeren hadde ingeslaegen. Soo gewaepent in seecker dorp tot een boer komende, vroeg de boerin om een paer eyeren om sijn swacke hardt te stereken. R. 'Ick heb er niet meer als één, wilt gij dat hebben daer kunt gij toekomen.' R. 'Och jae, langt het maer, ick sal sien hoe ick het stelle.' De schelm sloeg het in de pan en begon met sijn staf te roeren. Dat ey vermenigvuldigde soo merckelijck, dat de boerin de buyren in riep om het groote mirakel te sien. Elck verwonderde sich over desen heylig, die op dat kunsje een jaer in dat dorp de kost kreeg.

Beschrijving

Een grappenmaker had wat eieren in zijn staf verborgen. Hij kwam in een dorpje, waar hij om eieren vroeg en kreeg er één van een boerin. Toen hij in de pan roerde met zijn staf, zagen de mensen dat er steeds meer eieren kwamen. Om dit "wonder" kreeg hij nog een jaar lang de kost in dat dorp.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20