Hoofdtekst
Jehan Kuypers beschreef in zijn boekje Lieve Vrouwkes van Brabant of eenen krans van Maria-legenden (Maastricht/Vroenhoven, 1940) de legende van Winus Monkels:
Diep onder den zompigen grond van De Hasselt staat mee de armen in de hoogte en krom als van eenen gebochelde, het geraamte van Winus Monkels, en boven zijnen schedel drukken de fundamenten van de Lieve Vrouwe kapel. Want vierhonderd jaar geleden, toen 't er allemaal moer was en wildernis, kroop Winus Monkels iederen uchtend in zijn donkere hut, en kwam er niet uit voor den avond hem in duisternis verborg. Dan hurkte hij achter brembosschen of vlierenhout en maakte mee zijnen spitsen dolk tooverteekens over de vlakte, tot er menschen neven kwamen, die hij door hun ribben stak om hun beurs te rooven. Zoo is 't ook gebeurd mee 'nen edelman, die over de aardsche wegen ging aan de hand van Onze Lieve Vrouw. Want toen Winus Monkels dezen braven mensch bij de keel greep, stuurde zij in de gedaante van struische mannen, twee aartsengelen om den edelman te bevrijden; zoodat de struikroover van De Hasselt uit consternatie mee zijn armen omhoog in het moer vluchtte, en vier meter diep verzonk.
Sedert dien dag steeg uit het ven een benauwende lucht, en op de plaats waar Winus was verzonken bleef geenen kikvorsch in leven.
Doch de edelman, die maanden nadien van zijn verre reis weerom kwam, mee vijfhonderd gouden ducaten, gaarde van wijd in 't ronde de boeren bijeen, en liet hen zand varen van de Oirschotsche hei om de Wijers te dempen, en steenen te bakken voor den bouw van een sierlijke kapel. En Winus Monkels, die vier meter diep in zijn naakt geraamte stond, waartusschen zijn ziel in gedaante van eenen vetten wurm tot den laatsten werelddag moet blijven dolen, kreeg op zijnen schedel den last te torschen van een kapel, die meestentijds vol zou zijn van devote menschen.
Had hij kunnen bewegen, de fundamenten waren in eenen dag vernield. Maar omdat van sjagrijn de tanden uit zijn doodshoofd vielen stookte hij den duvel op niet te gedogen dat die Mariakapel boven zijnen kop zou blijven staan. En daarom is 't gebeurd dat zij in 1743 gedeeltelijk ineenviel. Doch als ge verdoemd zijt hebt ge ook den duvel niet tot vriend. Zijn helsche influistering deed de kettersche regeering de kapel verbouwen tot 'n weverswoning, waar Lauw Jonckers uit Oisterwijk in 't jaar 1754 aan 't getouwe ging. Veertien dagen na zijnen intrek liet hij boven den deurpost verven: 'In de groote misérie'. Want veertien dagen had hij van schemer tot schemer geweven zonder een half el stof te speuren. En als Winus Monkels nog een tong had gehad, zou hij gezegd hebben: 'Lauw Jonckers weeft zijn eigen ongeluk... Ga weg, Lauw Jonckers!' Want bij elk schot van de spoel rilde Winus zijnen ruggegraat, zoodat heel 't gebinte daarboven kraakte en de muren bewogen.
Van vrees en armoe heeft Lauw Jonckers zijn getouw in den steek gelaten. 't Was de beste wever in den omtrek, maar tegen Onze Lieve Vrouw, die 't zoo beschikte, kan ook 'nen wever niets.
't Moet voor Monkels een zwaar temptatie zijn geweest toen de Kalvinisten in 1794 boven zijnen kop begonnen te dansen en van de weverij een biertaveerne mieken. Voor marteling mocht zijnen geest daar 's avonds heimelijk dolen. Joris Borre, die den vedel speelde, hield geen snaar heel op ieder instrument en de schalmei van Peer Grynt zwierf den eersten avond, vanuit zijn handen langs het plafond naar buiten. Het bier smaakte lijk zeepwater mee zout, en de schoon meiskens kregen als ze den rechterkant uitkeken een klap, zoodat ze iederen avond mee hun vrijers vechtens naar huis keven.
Niemand wist dat het de geest was van Winus Monkels, maar langer dan een octaaf heeft de toeloop naar de teveerne niet geduurd. ''t Is behekst!' schreeuwden de Kalvinisten.
Doch het katholieke landsvolk wist beter, en wachtte tot de Franschen kwamen, die in 1795 het onteerde heiligdom in eere herstelden.
Sedert dat jaar is Winus Monkels zijn geraamte nog krommer gebogen, zeker als hij was niets te kunnen beginnen tegen de vasthoudende devotie der geslachten, die zich boven zijn hoofd voorbereiden tot de eeuwige zaligheid.
[Bron: http://www.historietilburg.nl/links%20boeken/De%20Paap%20H.htm)
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
VDK 0770A* - De engelenwacht   
sinVDK 0770A* - Die Engelwache   
Beschrijving
Commentaar
De internet-tekst is gebaseerd op Jehan Kuypers: Lieve Vrouwkes van Brabant of Eenen krans van Maria-Legenden, Maastricht / Vroenhoven 1938, p. 77-84.
7. Winus Monkels (Noord-Brabant).
Merk op dat er plotseling niet gesproken wordt over "De sage van..." maar over "De legende van Winus Monkels". Weliswaar gaat dit verhaal ook weer eens over spokerij, waar sagen in gespecialiseerd zijn, maar belangrijk zijn hier ook de rollen van God, Maria en een tweetal aartsengelen. Want die twee sterke mannen die de gelovige edelman beschermen tegen de rover Winus Monkels, dat zijn van hogerhand gezonden engelen geweest. Het is eigenlijk een verhaaltje in een verhaal, dat beter bekend staat als De Engelenwacht: een belangrijk (gelovig) persoon wordt behoed voor een moord omdat er tijdig engelen verschijnen die dat verhinderen. Volksverhalen waarin goddelijk ingrijpen voorkomt en waarin religie een voorname rol speelt, noemen we legenden en geen sagen.
Wat er waar is aan het verhaal, is dat in elk geval de Hasseltse Kapel bestaat. Of de dingen die eromheen gebeurd zouden zijn op waarheid berusten, dat staat te bezien - dat hangt vooral af van hoeveel je zelf wilt geloven. Dat er in het verleden struikrovers zoals Winus Monkels waren, is zeker waar. Maar dat de kapel juist daar gebouwd werd waar de rover in het moeras verdronk, moet een verzinsel achteraf zijn: kapellen bouw je niet op moerassen, want dan zakken ze even hard weer weg.
Vooral voor katholieken is het toch een verhaal om graag in te geloven: de vertelling laat namelijk zien dat God en Maria de katholieken gunstig gezind zijn en voor gevaar willen behoeden. Katholieken zijn, met andere woorden, de juiste gelovers en krijgen daardoor veel bescherming vanuit de hemel. Dat is natuurlijk een prettige en geruststellende gedachte. Het blijkt vooral nog eens uit het feit dat toen de kapel niet als kapel in gebruik was, Winus Monkels er lustig op los kon spoken. Maar op de momenten dat de kapel wel als kapel gebruikt wordt, houdt het spook zich koest. De gedachte is natuurlijk dat het juiste geloof allerlei demonische gevaren kan bezweren.
Kortom: legenden laten op een aangename manier zien dat het juiste geloof veel bescherming biedt in het leven.
Naam Overig in Tekst
Winus Monkels   
Jehan Kuypers   
Lieve Vrouwkes van Brabant of een krans van Maria-Legenden   
Vroenhoeven   
De Hasseltse Kapel   
Onze Lieve Vrouw   
Oirschotse Hei   
Wijers   
Lauw Jonckers   
Calvinisten   
Joris Borre   
Peer Grynt   
Fransen   
Naam Locatie in Tekst
Maastricht   
Tilburg   
Oisterwijk   
Plaats van Handelen
Tilburg (Noord-Brabant)   
