Hoofdtekst
Jacob bragt tot sijnen huyse een gesontheyt voort van een treffelijcke en heldere basinne en dat men een fris gespoelde halve pints roemer, tweederde daer in geschoncken. Hij brocht het aen Pieter. R. 'Och mijnheer, dat is een vitrum super vacuum.' R. 'Neen, warachtich niet, breur, het is een noodtsaeckelijcke gesontheyt.' R. 'Wie seyt daer tegen, maer waerom niet vol geschoncken? Seg ick dan niet wel een vitrum super vacuum?'
Beschrijving
Jacob neemt uit een kroeg een smakelijke drank mee, in een beker die driekwart gevuld is. Hij brengt het naar Pieter R., die aangeeft dat het zo geen goed middel is. Daarop stelt Jacob dat de drank juist erg goed en gezond is. Dat wil Pieter ook niet bestrijden, maar dan moet de beker wel helemaal volgeschonken zijn en blijkt zijn Latijnse uitspraak op twee manieren uit te leggen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Jacob   
Pieter   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
