Hoofdtekst
Een spotter was met een Silesiër in de praet geraeckt. 'Ha', seyde hij, 'Silesiën is een kostelijck landt en men vind er braeve Iuyden, maer 't is jammer dat sij bij de heele weerelt de naem van eselfressers draegen.' R. 'Zijt ghij wel oyt in Silesiën van uw leven geweest?' R. 'In Silesiën? Verscheyde reysen.' R. 'Ghij moogt wel van geluck spreecken dat sij u niet opgegeten hebben.'
Beschrijving
Een plaagzieke man spreekt met een Sileziër. Hij vindt het een prachtig land en het wordt bewoond door beste mensen, maar het is jammer dat zij overal de naam van ezelvreters hebben. De Sileziër vraagt of de man wel eens in zijn land is geweest. Dat blijkt het geval te zijn, meerdere keren zelfs. Dan merkt de Sileziër op dat hij dan van geluk mag spreken dat ze hem niet hebben opgegeten.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Locatie in Tekst
Silezië (Silesië)   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
