Hoofdtekst
Seecker mevrouw sach iemant in geselschap laet in de nacht discoureeren. Sij, die liever doen souw als praeten, seyde: 'Wat duyvel, mijnheer, soudt ghij wel een gansche nacht konnen opsitten sonder vaeck te krijgen?' R. 'Neen warachtigh, mevrouw, die dat doen kan, moet al een goet opsitter sijn.'
Beschrijving
Een vrouw ziet een man tot in de kleine uurtjes discussiëren. Zij heeft echter heel andere plannen voor de nacht en dus vraagt zij aan hem of hij soms de hele nacht kan opblijven zonder slaap te krijgen. Waarop de man antwoordt dat degene die dat kan, wel een verdraaid goede 'opzitter' moet zijn. (Opzitter is hier tweeledig op te vatten: niet alleen als 'opblijver' maar ook als 'kunstjesmaker', zoals honden kunnen zijn.)
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20