Hoofdtekst
Hendrick sag Gerrit in een groote stoel 's achtermiddags voor 't vyer slaepen. Hij maeckte hem wacker en seyde: 'Schaemt u dat ghij heele daegen sit en slaept.' R. 'Ick ben doch sulck een vijant van de ledigheyt, dat het mij oock onmogelijck is leeg te sijn, daervan ging ick wat slaepen.'
Beschrijving
Hendrik ziet Gerrit 's middags in een grote stoel voor het vuur zitten slapen. Hij maakt hem wakker en spreekt hem vermanend toe: hij zou zich moeten schamen dat hij zijn dagen zit te verslapen. Daarop antwoordt Gerrit dat hij zo'n grote vijand van de ledigheid is, dat het hem onmogelijk is om zelf 'leeg', nutteloos te zijn en daarom gaat hij wat slapen. (Gerrit beschouwt slapen dus niet als nietsdoen.)
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Hendrik   
Gerrit   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
