Hoofdtekst
Iemant een vreeselijcke scheet latende, seyde een ander: 'De duyvel, hoe stinckt het hier, foey.' R. 'Hoe is dat moogelijck, hoe kan dat, dat soo versch is, stincken?'
Beschrijving
Iemand laat een forse wind, waarop iemand zegt dat het opeens enorm stinkt. De windenlater vraagt zich dan af hoe het mogelijk kan zijn dat iets dat zo vers is, stinkt?
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20