Hoofdtekst
Een vent in de hel geraeckt sijnde ende gereet om te gepijnigt te worden leyde al de schuld op sijn vrouw, dat hij er 5 of 6 om hals hadde gebragt, dat hij valsche munt hadde geslaegen etc., sijn vrouw wasser oorsaeck van. R. 'Wel, souw een vrouw dan sulcken quaden ding zijn?' R. 'Ghij sult het soo bevinden en houdt mij vrij soolang in beslooten hechtenis.' Sij committeerden een duyvel, mits dat hij 10 jaer met eene vrouw soude moeten huyshouden. Hij trouwde te Florenzen en het eerste half jaer dacht hem dat hij in den hemel was, maer daerna verlangde hij weder na de hel. Hij moest ten huys uyt en dat sonder geld. Hij peregrineerde soo wat en quam in 't eynde bij een boerenhuys buyten Romen. Hij klopte. De boer die in het eerst weygerig was, wierd met schoone beloften bewoogen om op te doen. Sij accordeerden dat de boer aen de duyvel 3 jaeren soude de kost geven, mits dat hij dan soude vaeren in de koningen van Engeland, Vranckrijck en Spangiën en sich van niemant laten besweeren als van desen boer. De tijdt quam om en de duyvel hiel sijn woord. De boer hoorende dat de koning van Engeland beseten was trock daerheen en bood sich aen voor sooveel tonnen gouts om hem te besweeren. Men nam het aen, doch dat hem sijn hals soude kosten soo hij het niet en dede. De boer trock te werck, het geluckte en hij kreeg sijn geldt. Eveneens ging het oock bij Vranckrijck en Spangiën. Het contract voldaen sijnde en de duyvel geen herberg wetende voer in de paus. Des boers vrouw dit hoorende bewoog haer man van op deselfde voet voort te gaen. Hij quam dan tot Romen en bedong meer sulcken somm voor sijn besweeringe, daer hij sijn leven voor te pant sette. Hij quam verscheyde reysen hij Sijn Heylicheyt maer vergeefs, want de duyvel wilde hem niet gehoorsamen. Den Raed, siende dat den boer bekayt was, seyde hem de doot aen. Hij hierover seer bedroeft en de gansche nacht wacker sijnde, wierdt van de duyvel, terwijl de paus sliep, besocht, die hem sijn gierigheyt verweet ende dat hij meer wilde genieten als het contract mede bragt. R. ''t Is waer, maer 't is mijn wijfs schult, die heeft er mij toe gedwongen.' R. 'Dan sult gij oock om u wijfs wil sterven, want ick sal mij van u niet laten besweeren.' Men quam om den boer ter doot te brengen, maer hij versogt eenen dagh uytstel en dat de paus in sijn magnificentie soude gaen sitten omcingelt met al sijn cardinalen en andere grooten om de leste besweering te doen. 't Wierd hem toegestaen. Voor het conclave komende, versogt hij ontbonden te sijn om sijn werck te beeter te verrichten. Men dede het. Hij met een groote furie binnen gevloogen, roepende: 'Duyvel, duyvel, daer komt uw wijf van Florencen.' De duyvel ging strack van angst deur.