Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0891

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Joost hadde wat sijne handen gebesicht onder een anders penningen. R. 'Foey, schaemt u, Joost, te steelen. 't Is een duyvels gebreck.' R. 'Ghij segt de waerheyt en kijft met recht, ick steeck vol gebreecken, maer het grootste gebreck van allen dat ick hebbe, daer spreeckt gij noyt van en nochtans is het de moeder van alle mijne andere gebrecken.' R. 'Wat hebt gij dan voor een gebreck?' R. 'Ick heb geldgebreck.'

Beschrijving

Joost heeft zich te goed gedaan aan het geld van iemand anders. Hij krijgt een vermaning: het is een duivels gebrek, aldus degene die hem aanpakt. Joost geeft het toe en hij vindt het ook terecht dat hij wordt vermaand en vindt zelf dat hij vol gebreken zit. Hij merkt echter ook op dat degene die hem vermaant, hem nooit aanspreekt op het grootste gebrek dat hij heeft en dat de moeder is van al zijn andere gebreken. Op de vraag van de ander wat dat dan is, antwoordt Joost: 'Geldgebrek.'

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Overig in Tekst

Joost    Joost   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20