Hoofdtekst
Een bruydegom die de eerste nacht de bruyt na sijn kranck vermogen en niet na haer begeerte gecaresseert hadde, seyde 's ochtens: 'Liefste, ick bidde den hemel dat hij mij van dat ick desen nacht gedaen hebbe, een braeven, kloecken en wijsen soon wil geeven.' R. 'Ghij eyscht seker een groot loon, liefste, en dat voor een kleynen arbeydt.'
Beschrijving
Een bruidegom heeft in de liefdesnacht zijn magere kwaliteiten ingezet om de bruid te liefkozen. Hij is er daarbij niet in geslaagd de behoeftes van de bruid te vervullen. 's Ochtends zegt hij dat hij de hemel bidt om hem een dappere, flinke en wijze zoon te schenken vanwege de gedane inspanningen. De bruid merkt fijntjes op dat hij wel een wat grote beloning vraagt voor zulk mager werk.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20