Hoofdtekst
Gerrit vertelde aen iemant sijn fortuyntje: dat hij een boerinnetje, dat noch maegd was, dien nacht in sijn bedt hadde gehadt. R. 'Hoe dickwels hebt gij se gekust?' R. ' 't Was of mij de duyvel de nestel geknoopt hadt. Sij is soo van mij opgestaen als sij bij mij quam.' R. 'Soo sult ghij de 2e reys niet wel bij haer staen.' R. 'Beter als tevooren, want die van de boeren wil wesen bemint, laet een ding als hij 't vind.'
Beschrijving
Gerrit vertelt aan iemand dat hij een mazzeltje heeft gehad: hij kreeg een maagdelijk boerinnetje in zijn bed. De vraag van de ander is dan natuurlijk hoe vaak hij haar 'gekust' heeft (waarbij ook andere aanrakingen mee bedoeld kunnen worden). Gerrit zegt dat het leek alsof ze hem nestel geknoopt had (een nestel is een veter en volgens een oud bijgeloof is het leggen van een knoop in de nestel een middel om een man impotent te maken). Ze heeft het bed verlaten zoals ze er in is gegaan. De gesprekspartner vermoedt dat Gerrit zich daarmee niet geliefd heeft gemaakt en dat zij nu weinig positief over hem zal oordelen: een tweede keer zal er wel niet meer inzitten. Gerrit meent echter het tegendeel, want de uitspraak is immers: wie bij (door) de boeren wil zijn bemind, laat een zaak liggen zoals hij het vindt.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Gerrit   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
