Hoofdtekst
Een groot kaeckelaer seyde op het lest tegen Aristoteles: 'Ik sal, mijnheer, u misschien met mijn lang discours verveelt hebben.' R. 'Och neen, gij doet niet, want ick hebb' niet één woort gehoort van 'tgeen ghij geseyt hebt.'
Beschrijving
Een praatziek persoon zegt uiteindelijk tegen Aristoteles: 'Meneer, ik heb u met mijn lange uiteenzetting verveeld.' Waarop Aristoteles zegt: 'Och welnee, want ik heb geen woord gehoord van wat u gezegd hebt.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Aristoteles   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
