Hoofdtekst
Als men van geleerde Italiaensche schrijvers sprack, quam er een bock tusschen beyden vallen, seggende: 'Soo één' (wiens naem wij noyt gehoort hadden), 'is oock van de minste schrijvers niet.' R. 'Die hebben wij noyt gelesen, maer wat schrijft hij doch al?' R. 'Ick heb' t oock niet heel gelesen, maer hij tracteert van libro primo en libro secundo.'
Beschrijving
Men spreekt over geleerde Italiaanse schrijvers. Een domkop die graag interessant wil doen, laat ook een naam vallen. Volgens de man is dat toch ook bepaald niet één van de minsten. De anderen hebben nog nooit van hem gehoord en ze vragen hem wat deze Italiaan zoal geschreven heeft. De man geeft aan dat hij ook niet alles gelezen heeft, maar dat hij zijn lezers vergast op libro primo en libro secundo. (Wat niets anders betekent dan eerste en tweede boek.)
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Italiaans   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
