Hoofdtekst
Doctor Taubman was te gast genoyt, maer sij hadden hem geen lepel geleyt. De andere begosten vast sop te eeten en seyden: 'Een hontsvot die geen lepel heeft.' Hij holde het korsje van het broodt wat uyt en stack het op sijn gaffel in plaets van een lepel, en at mede. Doe de sop uyt was, seyde hij: 'Een hontsvot, die sijn lepel niet op eet', 'twelck hij dede, daer de andere op moesten kijcken.
Beschrijving
Dokter Taubman is uitgenodigd om de maaltijd te gebruiken, maar degene die de tafel gedekt heeft, heeft voor hem geen lepel neergelegd. De andere aanwezigen beginnen vast de soep te eten en voegen Taubman toe: 'Een sukkel is hij, die geen lepel heeft.' Taubman is echter niet voor een gat te vangen. Hij pakt wat brood, holt daarvan de korst uit, prikt die op zijn vork en gebruikt dat als een lepel. Als men de soep op heeft, zegt hij: 'Een sukkel is hij, die zijn lepel niet op eet.' Dat doet hij, terwijl nu de andere aanwezigen toe moeten kijken.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Dokter Taubman   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
