Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0979

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Een klaegde een ander dat sijn vrijster hem quaet bescheyt hadt gegeven. R. 'Patiëntie.' R. 'Maer ick weet niet wat ick daerin doen sal.' R. 'Stont ik soo stout als ghij, ik souw wel weeten wat ik daerin doen souw.'

Beschrijving

Een man klaagde over het feit dat zijn liefje hem heeft afgewezen (waarschijnlijk voor het bedrijven van de liefde). Het antwoord van de ander: 'Geduld'. De afgewezene klaagt dat hij niet weet wat hij in de tussentijd doen moet. Waarop zijn gesprekspartner zegt dat als hij zo 'stout zou staan' (zie onder opmerkingen) als de afgewezene, hij wel zou weten wat hij doen zou.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw
Het woord stout is lastig te duiden. Het meest voor de hand liggende is vrijpostig, brutaal. Zeker is dat het in ieder geval ook een dubbelzinnige betekenis heeft. Het stout staan heeft niet alleen met de houding van de man te maken, maar ook met een erectie (stout kan ook betekenen fors, stevig). De vriend maakt daarmee een toespeling op ofwel masturbatie ofwel het opzoeken van een vrouw die wel genegen is tot het bedrijven van de liefde.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20