Hoofdtekst
Eenige juffers quamen den apotheker Van Sevenhuysens konstkamer sien. Berckel, apotheker tot Leyden, was juyst tot sijnent gelogeert ende die snee eenige juffers van de worm. Onder anderen sagen sij de roede van een walvis ende vraegden hem iterativelijck wat dat dat was. Nadat hij het verscheyde reysen gedeclineert hadde, seyde hij: 'het is de visselijckheyt van een walvis.'
Beschrijving
Enkele jonge dames komen bij de apotheker Van Sevenhuysen om diens kamer met kunstwerken te bekijken. De heer Berckel, apotheker te Leiden, verbleef bij de heer Van Sevenhuysen en deze heer laat een paar jonge vrouwen de kamer zien. Daarbij valt hun oog ook op de penis van een walvis. Herhaaldelijk vragen ze naar wat dat nu precies is en ondanks evenzovele ontwijkende manoeuvres ontkomt de man er niet aan om het een naam te geven. Dat doet hij als volgt: 'Het is de visselijkheid van een walvis.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Van Sevenhuysen   
Berckel   
Naam Locatie in Tekst
Leiden   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
