Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DEVOOYS002 - Vanden monec den lochtuunman

Een exempel (boek), 14e eeuw

Hoofdtekst

Vanden monec den lochtuunman

In dien selven cloester was een monec van groten levene lochtuunman. Ende een dief plach te comene ende over den tuun te clemmene ende heimeleke de coelen wech ye dragene. Ende doe hi vele coelen plante die hi niet en vant, ende hi enege coelen vertorden vant ende andere wech gedragen, so ginc hi alden lochtuun omme ende hi vant den wech al daer de dief plach te comene. Ende in die selve stat wandelde, so vant hi oec een serpent. Ende hi beval hem ende seide; „Volch mi". Ende doe hi quam daer de dief in te comene plach, so beval hi den serpente, ende seide: „Ic bevele di in ihesus cristus name, dattu desen toeganc wachts ende en laet den dief hier niet in comen". Ende staphans strecte hem al tserpent over dwers den wech ende de monec keerde weder te siere cellen wert. Ende alse te middage alle de brueders sliepen, so quam de dief aslo hi plach, ende clam over den tuun. Ende doe hi inden lochtuun sinen voet settede, so sach hi haestelec dat tgestrecte serpent den wech besloten hadde, ende hi wert vervaert ende viel achter hem selven neder, ende sijn voet bleef metten scoe in enen stake van den tune vaste hangende. Ende aldus bleef hi metten hoefde nederwert hangende tote dat de lochtuunman weder quam. Ende de lochtuunman quam te dier uren also hi plach, ende vant den dief anden tuun hangende. Ende hi seide toten serpente: „Ic danke gode; du heefs voldaen dat ic di beval. Ganc nu wech". Ende staphans gincdt wech. Ende doe hi ten dief quam, so seide hi: „Brueder, wat eest? God heeft di mi gelevert. Waeromme heefstu di so dicwile onderwonden diefte te doene inder moencken arbeit?" Ende dit seggende, delivereerde hi sinen voet van den tune daer hi vast an was, ende dedene sonder questen af. Ende hi seide hem: „Volge mi!" Ende doe hi hem volgede, soe leidde hine toten ingangen van den lochtune. Ende doe coelen die hi stelen woude, die gaf hi hem met groter suetecheit, ende seide: „Ganc, ende hier na en doe negeen diefte mer. Als du dies noet heefs, so com al hier te mi in, ende dattu di pines met zonden te nemene, ic saelt di devotelec geven.

Beschrijving

Een monnik die tevens tuinman is loopt door de tuin van het klooster als hij ziet hoe een dief een weg naar binnen probeert te vinden om een kool te stelen. Hij beveelt daarop een slang de dief de weg te verhinderen. Wanneer de broeders slapen probeert de dief daadwerkelijk binnen te dringen. Hij schrikt van de slang en blijft met zijn voet vastzitten in de tuin. De monnik bedankt de slang voor zijn hulp en stuurt hem weg. Hij maakt de dief los en vraagt hem wat hem bezielt om te stelen. Vervolgens leidt hij de dief naar de uitgang waar hij hem de kool geeft die hij probeerde te stelen. Hij verzoekt de dief nog om niet meer te stelen. Als hij iets nodig heeft kan hij er om vragen en de monnik zal het hem graag geven.

Bron

De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953 pagina 3-4

Commentaar

14de eeuw (1395?)
De Dialogus zijn door Gregorius in 593 of 594 geschreven. Het is vaker vertaald. Een bekende vertaling is afkomstig van een anonieme vertaler die in 1360 het Oude Testament van de bijbel vertaalde en daarom 'de bijbelvertaler van 1360' genoemd. Zijn vertaling van Dialogus dateert van 4 november 1388. Het exempel is gebaseerd op de vertaling in Hs. Kon. Bibl. Brussel 1805-8. Deze vertaling is voor zover bekend de eerste Middelnederlandse vertaling en dateert uit 1395.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20