Hoofdtekst
Een exempel. Het was een man ende die wert ghevoert voer die helle. Daer sach hi mennigherhande pine. Hi sach daer ligghen inden gronde enen man, then ghewassen was wtten monde een boem, ende aen then telghen van dien bome sach hi hanghen vele lude. Ende die boem stont midden inder hellen gloet. Ende die man die onder inden gronde lach, die hadde die meeste pine. Doe sprac die enghel totten heylighen man: ,,Die man die onder inden gronde leit, die was een beghin des gheslachtes, ende was arme ende hi wert rike mit woeker ende mit ongherechter winninghe. Ende die kinder die dat goet besitten wetende, die varen alle na hem ende werden ghehanghen aen then boem".
Beschrijving
Een man wordt naar de hel gevoerd waar hij veel ellende ziet. Hij ziet een man op de grond liggen uit wiens mond een boom groeit. De boom staat midden in de gloed van de hel en heeft mensen aan de takken hangen. Een engel legt uit dat de man uit wiens mond de boom groeit de eerste van zijn geslacht was en ooit erg arm was. Middels woekeren en onterechte verdiensten heeft hij zich weten te verrijken. Zijn nakomelingen die zijn onterecht verdiende inkomsten bezitten zullen na hun dood in de hel terecht komen en in de boom worden opgehangen.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953, pagina 23
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20