Gelre019
Een sage (), derde kwart 15e eeuw
Hoofdtekst
In den tijden als men screeff 878 ende Kaerl die Calve keyser van Romen was ende Kaerl die grove sijn neve na hem keyser was, in desen selven tijden doe was int crisdom van colen een groot velt off pleyn ende was daer nu Ghelre staet ende was gheleghen bi der heerscappie van Pont. Ende in dit velt off pleyn so was een alten verveerliken fellen ende benijnden vreselijcken dier, dat veel quat dede wantet versleen menschen ende beesten daert bi comen conde te passe. Ende dit fel dier riep dick ende menichwerff mit groten gheruft Ghelre, Ghelre, Ghelre. Ende het hadde grote bernenden oghen die men des nachts als duyster was bescheydelick sien mochte. Ende die luden, die daer omtrent woenden, die ruymde som van daer ende wouden oeck ghemeenlick al vandaen rumen mochten si van desen dier nijt verlost werden. Ende die heer van Pont die daer bi gheseten was die leet veel scaden van desen dier. Ende dese heer van Pont had twee sonen dat alte heerlike stoute jonghe mannen waren. Die een hiet Wijchaerdus ende die ander hiet Lupoldus ende bu rade van horen vader so begrepen si dat si dit dier bestrijden wouden ende ginghen stoutelick in der nacht ende hadden hem wel daer toe ghemaect ende quamen daer si meende dat dit dier was ende saghent bi den lichtinghe van sinen oghen. Ende si ghinghen hem aen in den naem Gods ende verwonnen ende versloeghen dit dier. Ende als si dit verslaghen hadden soe was alle dat volck dat daer omtrent woenden seer verblijt, dat si van desen quaden venijnden dier verlost waren.
Onderwerp
TM 3113 - De draak van Gelre   
TM 3113 - De draak van Gelre   
Beschrijving
In het jaar 878 leeft er op een wijde vlakte waar thans Geldern ligt, een groot, vreselijk dier, dat als strijdkreet "Gelre, Gelre, Gelre" heeft. De bewoners van de streek zijn doodsbang. Een groot deel van de bewoners is al weggevlucht en een ander deel heeft plannen om te vertrekken als ze niet snel van het beest verlost zullen worden. De heer van Pont ondervindt veel schade van zijn aanwezigheid. De zonen van deze heer, Wichardus en Lupoldus zullen proberen het monster te verslaan. In de naam van God vallen ze aan en ze krijgen het voor elkaar om het beest te verslaan. Het volk benoemt hen vanwege die dappere daad tot hun leiders. Zij bouwen vervolgens een burcht op de plaats waar de draak verslagen is en noemen die Gelre.
Bron
W. Jappe Alberts, Nog een Gelderse kroniek te München. In: Bijdragen en Mededelingen Gelre, 54 (1954). p. 313-332.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20