Hoofdtekst
Doe de cardinael Julius Masarin sijn nigte Mazarini aen den hertog van Milleraij (wiens geslagt La Porte is) sijn soon hadde uytgetrouwt, die sig na dato altoos duc de Mazarini liet noemen, quam de cardinael na sijn doot stout aen den hemel. Sinte Pieter strax siende dat 'et een vreemdelingh was, vroeg hem met forçe stem: 'Hoe komt gij soo stout hier? En wie ben je?' Hij was seer verbaest en begon al bevende: 'Je suis, je suis etc.' Een ander Frans heylig daer ontrent zijnde seyde: 'Sans doute cet homme là a laissé son nom à la porte.'
Beschrijving
Kardinaal Julius Masarin, die zijn nicht uithuwelijkt aan de zoon van de hertog van Milleraij, komt na zijn dood aan de hemelpoort. Sint Pieter ziet onmiddellijk dat het een geen persoon is die bij de hemelpoort terecht zou horen te komen. Hij vraagt daarom bars hoe hij het lef heeft om bij de daar te verschijnen en wie hij is. De arme man is stomverbaasd en stamelt (in het Frans): 'Ik ben, ik ben...' Een Franse heilige die zich in de buurt bevindt, merkt op: 'Zonder twijfel heeft die man daar zijn naam aan de deur laten staan.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Julius Masarin   
Mazarini   
Milleraij (Meilleraye)   
Sint Pieter   
Naam Locatie in Tekst
La Porte   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
