Hoofdtekst
Warrebout wilde een satijnen hemdrock hebben. Hij trock met sijn kleermaker na de Warmoesstraet, daer hij na sijn sin uytkoos. R. 'Meester Claes, hoeveel stof sal ik wel van doen hebben?' R. 'Ik hebbe laest voor monsieur Hagaddo een hemdrock gemaeckt. Daer had ik 4 1/2 el toe, maer hij is vrij wat groter van persoon als mijnheer is; voor u sal ik het met 4 el konnen doen.' R. 'Hoe, meent hij dat ik een hontsvot ben of dat ik het niet betaelen kan? Monsieur, gij sult oock 4 1/2 el afsnijden en meester Claes meegeven.'
Beschrijving
Warrebout wil een satijnen hemdrok hebben. Hij gaat met zijn kleermaker naar de Warmoesstraat, alwaar hij een stof naar zijn zin uitkiest. Hij vraagt aan de kleermaker hoeveel stof hij nodig zal hebben. De man antwoordt: 'Ik heb laatst voor monsieur Hagaddo een hemdrok gemaakt en daarvoor had ik 4 1/2 el stof voor nodig. Nu is hij wat groter dan u, dus ik heb aan 4 el wel genoeg.' Dat wekt de woede op van Warrebout, die de kleermaker verbolgen toevoegt: 'Wat? Denk jij soms dat ik een nul ben, of dat ik het niet kan betalen?' Waarna hij tot de stofverkoper zegt: 'Meneer, snijdt u 4 1/2 el af en geeft dat aan meester Claes.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Warrebout begrijpt het woord 'groter' van zijn kleermaker in figuurlijke zin, alsof deze Hagaddo belangrijker zou zijn, terwijl de man alleen maar bedoelt dat Hagaddo in lichamelijke zin groter was.
Naam Overig in Tekst
Warrebout   
Claes   
Hagaddo   
Naam Locatie in Tekst
Warmoesstraat   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
