Hoofdtekst
Exempel. Een exempel scrijft die meester int boec vanden byen van onsuverheiden. Hij scrijft van eenen bisscop die een heilich man was, ende dese hiet lodewijc, ende hi was een zeer scoen man. Het gheviel dat een coninghinne op hem viel met quader begherten, ende si was zeere vriendelike ieghen hem, ende dede hem vele vrienscapen, maer dese heileghe bisscop en wiste niet wat haer meynninghe was. Op een tijt quam si tot hem ende leide dit den heilegen bisscop voer oghen dat si gherne met hem gheweest hadde. Doen die bisscop dit hoerde, doen keerde hi hem omme ende sach over sijde soe onwerdelike op haer, dat si soe verveert waert dat si niet meer daer na van selcken dinghen hem dorste spreken. Het ghesciede IIIIc iaer daer na, doen dat ghebeinte van desen heileghen bisscop verleyt wart, doen vant men allen sinen lichame verteert sonder alleene daer hi die coninghinne mede besach, ende dat was alsoe claer als een cristael. Ende daer mede toende onse heere hoe behaechgelijc dat hem was, dat hi soe onwerdelike op die coninghinne ghesien hadde, ende die onsuverheit daer mede wederstaen hadde.
Beschrijving
Een heilige bisschop Lodewijc genaamd was een goede man. Een koningin met kwade bedoelingen doet heel vriendelijk tegen hem. Op een dag zegt ze tegen hem dat ze graag bij hem wil blijven. De bisschop negeert deze onzuivere opmerking en de koningin durft nooit meer zoiets aan hem te vragen. De bisschop heeft de verleiding kunnen weerstaan en wordt daarmee beloond. Jaren na de dood van de bisschop waren zijn ogen nog steeds intact, omdat hij de verleiding inzag.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953, pagina 38-39
Naam Overig in Tekst
Lodewijc   
Onze Heer   
Onse Here   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
