Hoofdtekst
Exempel. Het gheschiede in eener stede daer een cloester ghemaect wart van nieus, vander hoerdene van sistens. Daer was een ionghelinc, iohannes gheheeten. Hij wart groete ionste hebbende tot desen cloester, ende beloofde gode, wanneer dat ghemaect ware, hij sauder in trecken, ende nemen de hoerdene an. Als cloester ghemaect was, ende hij de scerpheit vander hoerden aensach, hem wanhaechdes: hij en wilde de hoerden niet an nemen, maer beloofde Sinte iacoppe te versouckene, om dat hij daer met sijn belofte af mochte legghen. Hij versochte Sinte iacoppe, ende dede daer sijn offerande, sijn peelgremage. Hij quam thuus. Sijn vrienden waren blide ende ontfinghen minlic, vriendelic. Thuus commen sijnde, ende sijn peelgremage vuldaen hebbende, so was hij up eenen nacht ghetrocken in een visioen, ende was voer den uppersten iuge, dat was voer onsen lieven heere. Ende daer sach hij bi onsen heere Sint pieteren ende sint iacoppe ende noch ander apostelen. Daer was eenen groeten bouc. Ende ons heere hiet sint pieteren datmen den bouc hopen dade. Sint pieter dede den bouc open. Daer vant men vullic in ghescreven den name van desen ionghelinc. Ons heere seide: „Streept dien name huut!" Als dat sint iacop hoerde, hij viel over sijn knien ende bat onsen heere dat hij den ionghelinc ontfaermen wilde, hij saude hem beteren, dat hine niet huten boucke en dade. Ons heere seide tot sinte iacoppe: „Hij spot, hij ghect, hij bordeert met mij ! Ic en wille hem niet langher laten staen inden bouc vanden vercornen". Sint iacop badt noch voer hem ende bat om respijt XV daghen. Hij meende, hij saude hem binnen XV daghen beteren of eer. De ionghelinc quam tot hem selven ende bedancte groetelic sint iacoppe, ende beloofde dat hijt vullic vulcommen saude. Des anderen daghes was hij weder in dat selve visioen ghetrocken, ende sach den bouc weder open doen, ende sach sinen name met vele scoender letteren ghescreven dan hij te voeren dede. Ende hij en beide gheen XV daghen, maer track vullic in.
Beschrijving
In de stad was een klooster gemaakt waarin een orde zusters leefde. Een jongeling Johannes geheten zou de orde leiden, maar toen hij de orde zag wilde hij de orde niet meer leiden. Hij verzocht Sinte Jacoppe zijn belofte af te leggen. Hij voldeed zijn pelgrimage en toen hij daarvan terugkeerde had hij een visioen. In dat visioen zag hij de Heer met naast hem Sint Pieteren en Sint Jacoppe en andere apostelen. Tussen hen stond het grote boek der verkorenen, waar de naam van de jongeling ook in stond. De Heer gaf opdracht zijn naam te verwijderen. Sint Jacoppe wilde de jongen nog een kans geven. De jongen ging zijn leven beteren en zag daarna weer dat visioen, maar nou stond zijn naam in vele mooiere letters in het boek geschreven. Toen trok hij voorgoed in het klooster.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953, pagina 43
Commentaar
1463
Naam Overig in Tekst
Johannes   
God   
Sint Jacoppe   
Lieven Heere   
Sint Pieteren   
Sint Jacop   
Heer   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
