Hoofdtekst
Klein Trijntje, soo swart als een kool en soo kleyn als een endje van een toorts, kreeg dogters soo soet als suyckerpeen en soo blanck als leliën. Elck verwonderde sigh hierover, uytgenomen Japick de hovenier, die seyde: ‘Ik heb het wel 100 mael gesien, dat swarte aerde, als sij wel gemest wort, de schoonste vrugten draegt.’
Beschrijving
Kleine Trijn, een klein en smoezelig vrouwtje, krijgt lelieblanke dochters die zo zoet zijn als suiker. Iedereen verwondert zich er over, behalve Japick de tuinman. Deze stelt: 'Ik heb het al wel 100 keer gezien dat zwarte grond de mooiste vruchten opbrengt als ze goed gemest wordt.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Swart als kool: waarschijnlijk zit hier ook een moreel oordeel over de vrouw in besloten. Haar ziel is zo zwart als een (verbrand) kooltje. Dat is dan de tegenstelling van de zoetheid van de dochters.
Naam Overig in Tekst
Trijntje   
Japick   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
