Hoofdtekst
III. SYBILLA.
Sybilla leest men of dat si was een godsvruchtige vrouwe, ende woende int overlant op eenre ryvieren in een lage valeye. Daer hadde si een huyskijn, daer si in woende, ende een ackerkijn, daer si vlas op teelse, daer si haer notruft of nam. Si kende overmits loep ende constellacie der plan[e]ten, daer si in haer ioecht in geleert was, dattet dat iaer daer si doen in was, alte groten opwater soude wesen. Doe was si zeer beducht voor haer huyskijn ende voer haer ackerkijn. Sy badt onsen lieven her gertouwelic dat hi haer ende haer huyskijn ende ackerkijn behouden woude. Onse lieve heer verhoerde haer bede, ende hi verwandelde die natuer van der tijt, ende gaf een hey iaer. Nu hadde die coninc van dien lande een astronomus bi hem, die zeer constich inden planeten was, ende voersach oex nader planeten loep dat grote opwater dat hi meende dat des iaers wesen soude. Ende hi riet den coninc, dat hi in alle sinen lande gebode dat een yegelic alle vruchtbaer saet saeyde op[t] hoge, om die vrese vanden opwater, ende niet en saeyde die lage valeyen. Die coninc liet dat gebot gaen doer alle sijn lant. Ende alst voerseit is, so verwandelde god die tijt in een hey iaer. Doe bleef dat lant dies iaers sonder vrucht. Die menichte vanden volc werden hier om zeer turbyert, ende riepen totten coninc mit alte fellen moede, dat dit die coninc verscierdelic tot haer verderffenisse geboden hadde, want die vrucht des coerns opt hoge gesaeyt verghinc van droechte mit allen, ende die valeyen of tlage vanden lande bleef onbesaeyt. Hier om desesi den coninc een oploep. Ende die coninc ontboet den meester die hem die raet voer oerbaer des lants gegeven hadde. Die meester seide totten volc: "Men ontbiede alle die wijse meesters die in die const geleert sijn. Ende seggen si niet dat die rechte loep des tijts ende cracht der natueren verwandelt is, ic wil lijf ende goet verbuert hebben". Hier om liet die coninc comen wijse meester wt andere landen, die inder astronomie geleert waren, ende ondersochte naernstelic van dese sake. Ende si alle waren gelijc in verwonderen hoe die tijt so contrarie verwandelt wort. Ende wt toorn der hoverdiën so vermaende die meester den duvel, dat hi hun seggen woude hoe die natuer vander planeten so contrarie verwandelt wort. Die duvel antwoerde: "Op die ryvier beneden sit een oude quene, die u const wist ende voersach. Si badt den scepper, want si wel mit hem was, dat hi haer huyskijn ende ackerkijn behouden woude, ende dat opwater in een hey iaer verwandelen woude. Ende hier om heeft die scepper die natuer vander tijt verwandelt". Doe seide die meester: "Vermach een oude queens gebet meer dan alle der meesteren consten, ende gaen die consten daer mede te niet, so wil ic alle mijn boeken barnen". Aldus blijft gods macht ende wille boven alle sijn werken.
Sybilla leest men of dat si was een godsvruchtige vrouwe, ende woende int overlant op eenre ryvieren in een lage valeye. Daer hadde si een huyskijn, daer si in woende, ende een ackerkijn, daer si vlas op teelse, daer si haer notruft of nam. Si kende overmits loep ende constellacie der plan[e]ten, daer si in haer ioecht in geleert was, dattet dat iaer daer si doen in was, alte groten opwater soude wesen. Doe was si zeer beducht voor haer huyskijn ende voer haer ackerkijn. Sy badt onsen lieven her gertouwelic dat hi haer ende haer huyskijn ende ackerkijn behouden woude. Onse lieve heer verhoerde haer bede, ende hi verwandelde die natuer van der tijt, ende gaf een hey iaer. Nu hadde die coninc van dien lande een astronomus bi hem, die zeer constich inden planeten was, ende voersach oex nader planeten loep dat grote opwater dat hi meende dat des iaers wesen soude. Ende hi riet den coninc, dat hi in alle sinen lande gebode dat een yegelic alle vruchtbaer saet saeyde op[t] hoge, om die vrese vanden opwater, ende niet en saeyde die lage valeyen. Die coninc liet dat gebot gaen doer alle sijn lant. Ende alst voerseit is, so verwandelde god die tijt in een hey iaer. Doe bleef dat lant dies iaers sonder vrucht. Die menichte vanden volc werden hier om zeer turbyert, ende riepen totten coninc mit alte fellen moede, dat dit die coninc verscierdelic tot haer verderffenisse geboden hadde, want die vrucht des coerns opt hoge gesaeyt verghinc van droechte mit allen, ende die valeyen of tlage vanden lande bleef onbesaeyt. Hier om desesi den coninc een oploep. Ende die coninc ontboet den meester die hem die raet voer oerbaer des lants gegeven hadde. Die meester seide totten volc: "Men ontbiede alle die wijse meesters die in die const geleert sijn. Ende seggen si niet dat die rechte loep des tijts ende cracht der natueren verwandelt is, ic wil lijf ende goet verbuert hebben". Hier om liet die coninc comen wijse meester wt andere landen, die inder astronomie geleert waren, ende ondersochte naernstelic van dese sake. Ende si alle waren gelijc in verwonderen hoe die tijt so contrarie verwandelt wort. Ende wt toorn der hoverdiën so vermaende die meester den duvel, dat hi hun seggen woude hoe die natuer vander planeten so contrarie verwandelt wort. Die duvel antwoerde: "Op die ryvier beneden sit een oude quene, die u const wist ende voersach. Si badt den scepper, want si wel mit hem was, dat hi haer huyskijn ende ackerkijn behouden woude, ende dat opwater in een hey iaer verwandelen woude. Ende hier om heeft die scepper die natuer vander tijt verwandelt". Doe seide die meester: "Vermach een oude queens gebet meer dan alle der meesteren consten, ende gaen die consten daer mede te niet, so wil ic alle mijn boeken barnen". Aldus blijft gods macht ende wille boven alle sijn werken.
Beschrijving
Sybilla woonde op een eiland in de vallei. Daar heeft ze een huisje en een akker waar ze vlas teelde. Zij kende de loop van de planeten, die ze al jong leerde. Dit jaar zou er een grote overstroming plaatsvinden, daarom bad Sybilla steeds voor Onze Lieve Heer. Hij verhoorde haar gebeden. De koning van het land had een astronoom, die zeer kunstig was in het lezen van de planeten. Ook hij zag dat er een overstroming zou komen en daarom zaaiden ze alles op hoger gelegen gebied en niets wat in de valleien staat. Echter kwamen er geen vruchten op de grond door de grote droogte. Daarom liet de koning de man ontslaan en haalde andere geleerden uit alle landen. Deze concludeerden hetzelfde, maar de koning snapte niet dat zijn land dan zo droog was. De duivel vertelde hem dat het de schuld was van de vrouw in de vallei die aan de Schepper had gevraagd haar huis en akker te sparen van de overstroming. De Schepper heeft het daarom aangepast. Daarop liet hij alle boeken verbranden, want Gods macht staat boven de macht van alle boeken.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953, pagina 52-53
Naam Overig in Tekst
Onze Lieve heer   
Gods   
Schepper   
Naam Locatie in Tekst
Sybilla   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
